Maatregelen zonder te isoleren:

Eenvoudige ingrepen – snelle winst

U kunt al behoorlijke winst halen op het gebied van comfort en energie door enkele eenvoudige ingrepen, zonder direct aan het aanbrengen van isolatie te denken. In dit hoofdstuk ziet u hiervoor aantal oplossingen

Luiken

De warmte binnen houden

Luiken

Luiken (of vouwblinden) werden vroeger geplaatst om warmte en kou buiten te laten. Wij raden u daarom aan om ze ook nu te gebruiken. Luiken die niet gangbaar zijn, kunnen vaak met een eenvoudige ingreep weer worden hersteld. Wanneer luiken aan of in uw pand aanwezig waren maar inmiddels verdwenen zijn, dan kunnen ze onder bepaalde voorwaarden worden gereconstrueerd. Hierbij is het van belang dat dit goed onderbouwd gebeurt op basis van gedegen onderzoek. Oude foto’s kunnen hierbij een goede dienst bewijzen. Voor het aanbrengen van nieuwe luiken in of aan een rijks- of gemeentelijk monument, heeft u in veel gevallen een omgevingsvergunning nodig.

Gordijnen

Met lange (over-)gordijnen kunt u ook energie besparen, zeker wanneer deze van een zwaardere kwaliteit zijn. Bij gordijnen is het ook mogelijk om een voering aan te brengen met een warmtereflecterende werking om een groter effect te bereiken.

Sluiten binnendeuren

Het voorkomen en beperken van warmte-uitwisseling tussen verwarmde en minder verwarmde ruimten (zoals gangen en zolders) levert een directe energiewinst op. U kunt dit bereiken door binnendeuren zoveel mogelijk gesloten te houden, bijvoorbeeld met behulp van deurdrangers. Ook kunt u hierbij denken aan het sluiten van en suite deuren zodat u het aantal te verwarmen vertrekken  beperkt.

Tochtwering

Met een goede tochtwering kunt u veel energie besparen en het comfort van uw woning behoorlijk verbeteren. Het is vaak een eenvoudige ingreep met beperkte kosten. Tocht komt vaak door kieren bij kozijnen, ramen en deuren en gaten in bijvoorbeeld de kapconstructie. Door het voorkomen en beperken van luchtlekken in het gebouw, kan een behoorlijke comfortverbetering en milieuwinst worden geboekt. Het is zelfs zo dat isoleren zonder het dichten van tochtgaten en kieren het effect van isolatiemaatregelen teniet kan doen. Het aanpakken tocht is daarom een voorwaarde wanneer u gaat isoleren.

Controleert u daarom hoe ramen en deuren sluiten en hoe ze aansluiten op het kozijn. Soms kan het licht bijschaven een raam of deur al passend maken. Soms is het nodig om tochtstrippen aan te brengen. In dat geval raden wij aan contact op te nemen met team monumentenzorg van de gemeente Zwolle.

Tocht langs de kozijnen en de gevel kan worden voorkomen door de tussenruimte aan de binnenzijde  af te kitten of te voorzien van een tochtband en/of de buitenzijde vol te zetten met kalkspecie gebaseerd op de reeds in het pand toegepaste mortels.

In het algemeen geldt dat het toepassen van PUR-schuim voor het dichten van kieren niet is toegestaan omdat deze het damptransport door de constructie blokkeren wat schade aan de omliggende constructie kan opleveren.

Thermostatische radiatorkranen

Met het aanbrengen van thermostatische radiatorkranen kunt u de warmtebehoefte per vertrek regelen zodat u onnodig verwarmen van vertrekken beperkt en het verspillen van energie voorkomt. De thermostatische radiatorkraan heeft vaak een vorstbeveiligingsstand om te voorkomen dat de radiator en de verwarmingsleidingen bevriezen. Meestal kunnen deze kranen zonder veel aanpassingen en op relatief eenvoudige wijze worden gemonteerd op de plek van de bestaande radiatorkranen.

Radiatorfolie

Met radiatorfolie kunt u energie besparen door de ongewenste warmte-uitstraling naar de (vaak) ongeïsoleerde gevel beperken. Radiatorfolie is bij de bouwmarkt verkrijgbaar en kunt u eenvoudig zelf op maat te maken en plaatsen.

Leiding isolatie

Door verwarmingsbuizen in onverwarmde ruimtes te bekleden met buisisolatie kunt u onbedoelde warmte overdracht beperken waardoor u energie bespaart. Buisisolatie is, in verschillende diameters, bij de bouwmarkt verkrijgbaar en is eenvoudig op maat te maken en zelf aan te brengen.

Nachtstroom

Door apparaten als wasmachine, wasdroger en vaatwasser ’s avonds of ’s nachts te laten werken maken ze gebruik van elektriciteit buiten de piekuren: dit is niet alleen voordeliger (mits u een dag-nachtmeter heeft) maar er wordt dan ook gebruik gemaakt van het overschot aan elektriciteit dat er ’s nachts is.

Verlichting

Maak vooral gebruik van LED en spaarlampen. Door het vervangen van gloeilampen door energiezuinige alternatieven zoals spaarlampen en LED-lampen kunt u veel energie besparen. Spaar- en LED-lampen gaan zeer zuinig met energie om en zijn bovendien veel duurzamer dan gloeilampen. Het nadeel dat de energiezuinige alternatieven ongezellig licht verspreiden, is inmiddels wel achterhaald. Met name LED-lampen zijn verkrijgbaar in vele kleuren en ze zijn doorgaans goed dimbaar.

De warmte buitenhouden

Natuurlijke zonwering

Door gebruik te maken van elementen die het pand zelf biedt, kunt u op eenvoudige wijze resultaat boeken: bomen die voor een pand aan de zonzijde staan leveren in de zomer verkoelende schaduw terwijl de zon in de winter het pand kan verwarmen, doordat het zonlicht min of meer ongehinderd door de kale takken kan schijnen. Voorbeeld van speciaal voor dit doel getrimde en gevormde bomen zijn leilinden, die vaak voor oude boerderijen staan.

Aanwezige zonwering

Zonneblinden (ook wel persiennes en louvres genoemd) waren bedoeld om de zon buiten te houden en zo de opwarming van de ruimte te verminderen en het interieur te beschermen . Tegenwoordig worden deze vaak weer voor het zelfde doel gebruikt. Wanneer zonneblinden aan het pand aanwezig waren maar inmiddels verdwenen zijn, dan kunnen ze onder bepaalde voorwaarden worden gereconstrueerd, waarbij het van belang is dat dit gebeurt op basis van gedegen onderzoek en een goede onderbouwing. Oude foto’s kunnen hierbij een goede dienst bewijzen. Voor het aanbrengen van nieuwe zonneblinden aan een rijks- of gemeentelijk monument of een pand binnen het beschermd stadsgezicht, heeft u een omgevingsvergunning nodig.

persiennes-1persiennes-2

Persiennes

Ventilatie en installaties

Ventilatie

Naast tochtwering is het bij het isoleren van een pand van belang dat er voldoende wordt geventileerd omdat u alleen met voldoende frisse lucht een gezond leefklimaat kunt realiseren. Door te ventileren houdt u de relatieve luchtvochtigheid laag waardoor er minder energie nodig is om de lucht te verwarmen. Bovendien neemt de kans op (inwendige) condensatie en verstikking van onderdelen af naarmate de lucht droger is. U kunt ventileren met natuurlijke of mechanische ventilatie.

Natuurlijke ventilatie

De eenvoudigste wijze van ventileren is natuurlijke ventilatie door het natuurlijke drukverschil tussen binnen en buitenlucht. Dit kan bijvoorbeeld via de wisseldorpel van schuiframen of door gebruik te maken van al aanwezige ventilatieroosters in de gevel. Ventilatie kan eventueel ook plaatvinden via niet gebruikte schoorsteenkanalen. Als u nieuwe ventilatievoorzieningen in kozijnen of ramen of in de gevel of het dak van uw monument wilt plaatsen is hier over het algemeen een omgevingsvergunning voor nodig.

Mechanische ventilatie

Mechanische ventilatie is meestal een systeem waarbij de binnenlucht wordt afgezogen terwijl de toevoer van verse lucht plaatsvindt als gevolg van de onderdruk die is gecreëerd door de mechanische afzuiging. Doorgaans wordt er een centrale ventilatiebox aangebracht (vaak op zolder) die de lucht middels kanalen uit de sanitaire ruimten (toilet, badkamer), keuken en eventueel een berging afzuigt. De verse buitenlucht komt in woonkamer en slaapkamers binnen.

mechanische-ventilatie-1  mechanische-ventilatie-2

Gebalanceerde ventilatie is een systeem waarbij via inblaasroosters de juiste hoeveelheid verse lucht wordt toegevoerd in de woonkamer en slaapkamers. De afvoer vindt plaats in de keuken, het toilet, de badkamer en eventueel de berging. Een warmtewisselaar draagt de warmte van de afgezogen lucht over naar de verse buitenlucht, zodat er voorverwarmde lucht in de woning wordt geblazen. Zo bespaart u energie voor het verwarmen van de woning. Dit systeem wordt ook wel warmteterugwinning of WTW genoemd.

Een variant van gebalanceerde ventilatie is een systeem dat gebruik maakt van ruimteventilatoren. Het principe is daarbij gelijk als hierboven omschreven, maar de lucht wordt decentraal per ruimte aan- en afgevoerd. In deze situatie kan er wel sprake zijn van ventilatieroosters in de gevel.

warmteterugwinning-1  warmteterugwinning-2

Principe warmteterugwinning

Het is niet altijd nodig om ventilatieroosters in een raam of kozijn te plaatsen. Afhankelijk van de situatie ter plaatse (zoals aantasting van monumentale onderdelen) kunnen ventilatieopeningen ook in de gevel of het dak worden aangebracht. Als u nieuwe ventilatievoorzieningen in kozijnen of ramen of in de gevel of het dak van uw monument wilt plaatsen heeft u hier over het algemeen een omgevingsvergunning voor nodig.

Douchewater

U kunt al een besparing bereiken door het aanbrengen en gebruiken van een douchewand of –gordijn. De warmte die het douchewater aan de doucheruimte afgeeft wordt vastgehouden waardoor de doucheruimte warmer wordt en men het douchewater minder warm zal afstellen, wat een directe besparing van warm water oplevert. Ook met een waterbesparende douchekop kunt u ook al veel besparen.

Er bestaan ook warmteterugwinsystemen voor douchewater waarbij het koude water wordt voorverwarmd door het warme afvalwater dat door het doucheafvoer wordt afgevoerd.

principe-warmteterugwinning-douche

Principe warmteterugwinning douche

Apparatuur

U kunt een aanzienlijke besparing bereiken door oude apparaten wanneer deze aan vervanging toe zijn te vervangen door energiezuinige exemplaren. Soms is het zelfs rendabel om een apparaat voortijdig te vervangen door een modern en energiezuinig exemplaar.

Cv-installatie

Het rendement van een moderne HR-ketel is veel hoger dan dat van een oude cv-installatie en daarmee ook veel energiezuiniger. Conventionele cv-ketels hebben een rendement van 70-80%, de rest van de warmte (20-30%) gaat verloren. Verbeterd rendementsketels (VR-ketels) hebben een rendement van ongeveer 83-90%. Hoog rendementsketels (HR-ketels) kunnen een rendement van meer dan 100%  hebben (de z.g. calorische bovenwaarde) omdat de warmte uit de waterdamp (die bij andere ketels verloren gaat) wel wordt gebruikt (Bron: Kieskeurig, CenterNovem).

rendementen-van-typen-cv-ketelsDe verschillende rendementen van typen cv-ketels

Overigens bestaan er ook z.g. HRe-ketels die naast wamte ook elektriciteit leveren. Het toestel bestaat uit een hoogrendementsketel en een kleine aardgasmotor. Gezien de hogere aanschafprijs is een HRe-ketel over het algemeen interessant als u meer dan 1.600 m3 gas verbruikt.

Lage Temperatuur Verwarming (LTV)

De gebruikelijke hoge watertemperaturen in een centraal verwarmingssysteem variëren tussen 90°C en 65°C. Er bestaat ook een verwarmingssysteem waarvan de aanvoertemperatuur van het CV-water maximaal 50°C en vaker nog lager 35°C is: zogenaamde ‘Lage Temperatuur Verwarming’. LTV haalt meer warmte uit de warmtebron en spaart daarmee energie. Als LTV kunnen bijvoorbeeld worden toegepast vloer- en wandverwarming, meestal in combinatie met aanvullende radiatoren en/of convectoren.

Warmtepomp

Een warmtepomp is een apparaat dat duurzame omgevingswarmte van een laag naar een hoger en bruikbaar temperatuurniveau brengt. De warmte kan worden onttrokken aan de omgeving: bodem, water, lucht of afvalwarmte.

werkingsprincipe-warmtepomp

Werkingsprincipe warmtepomp

De warmtepomp die de bodem als bron heeft kan ook voor koeling zorgen.

Met een warmtepomp kan dus op milieuvriendelijke wijze warmte en koude worden gegenereerd. Soms is er een aanvullende cv-ketel nodig om de temperatuur verder te verhogen. Deze ketel wordt doorgaans in de installatie geïntegreerd. Of een warmtepomp voor u een goede oplossing kan zijn is onder meer afhankelijk van goede isolatie en de mogelijkheid tot het slaan van bodembronnen. Dit systeem kan een Lage Temperatuur Verwarming vereisen.

Zonne-energie

Energieopwekking kan ook plaats vinden door middel van benutting van zonnestraling (zonne-energie). Dat kan zijn voor het opwekken van warmte via zonnecollectoren en voor het opwekken van elektriciteit via fotovoltaïsche cellen in zonnepanelen (PV cellen).

principe-van-gebruik-zonne-energie

Principe van gebruik zonne-energie

Voor het plaatsen van zonnepanelen op monumenten heeft u een omgevingsvergunning nodig.

Dit geldt ook voor panden binnen het beschermd stadsgezicht. Een uitzondering geldt voor het achterdakvlak van niet-monumenten binnen het beschermd stadsgezicht als deze niet zichtbaar zijn vanaf openbaar gebied. De zonnepanelen moeten dan wel direct op en evenwijdig aan het dakvlak liggen. Bij platte daken moet in dit geval de afstand van het paneel tot de dakrand minstens de hoogte tussen het dak en de bovenkant van het paneel zijn.

Voor het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning voor zonnepanelen op niet monumenten in het beschermd stadsgezicht zijn beleidsregels voor de welstandsnota opgesteld. Ook voor monumenten zijn beleidsregels opgenomen, zie hiervoor www.zwolle.nl/historischedaken.

Als u plannen heeft voor het plaatsen van zonnepanelen dan kunt u contact opnemen met team monumentenzorg van de gemeente Zwolle (14038 of rechtstreeks 038-4982676) om de eventuele haalbaarheid te bespreken.

Isolerende maatregelen

Vaak is het mogelijk om een monument te isoleren. Hierdoor kunt u veel energie te besparen. Toch kan het ondeskundig aanbrengen van isolatie grote gevolgen hebben voor de constructies van het monument met veel schade tot gevolg. Het aanbrengen van isolatie in een monument is daarom altijd maatwerk en er is over het algemeen een omgevingsvergunning voor nodig. Neemt u vooraf contact op met team monumentenzorg van de gemeente Zwolle (14038 of rechtstreeks 038-4982676) om de eventuele haalbaarheid te bespreken.

Bouwfysisch rapport

Historische gebouwen hebben vaak koudebruggen. Bij het isoleren kan de koudebrug zich concentreren op één punt waardoor er eerder condensatie ontstaat. Hierdoor kan schimmel en houtrot ontstaan. Dit kan grote gevolgen voor de draagconstructies en monumentale onderdelen van uw pand hebben. Om schade te voorkomen is het van belang dat de isolerende maatregelen zo zijn toegepast dat het monument geen schade lijdt. Wanneer het gevaar van condensatie bestaat zal de gemeente bij de aanvraag omgevingsvergunning een bouwfysisch rapport vragen waaruit blijkt dat de historische constructies niet door condensvorming worden aangetast.

Dubbel monumentenglas

Gevels

Ramen

Isolerende beglazing is mogelijk als het glas geen monumentale waarde heeft en als de afmeting van de sponning van het raamhout en de eventuele roeden voldoende zijn om verantwoord isolerende beglazing aan te brengen. Vanwege de geringere dikte heeft gelaagd glas daarbij de voorkeur boven dubbel glas met een luchtspouw. Glas dat in de historische situatie in stopverf is gezet moet ook in de nieuwe situatie weer in (eventueel gemodificeerde) stopverf worden gezet. Als isolerende beglazing niet past, zijn er vaak andere oplossingen mogelijk zoals achterzetramen die aan de binnenzijde van het raam of kozijn worden geplaatst.

Voor het aanbrengen van isolerende beglazing is over het algemeen een monumentenvergunning vereist

Gevelisolatie

Isolatiemateriaal is mogelijk als dit niet leidt tot fysische veranderingen die schade aan het monument toebrengen. Daarom moet de isolatie van de wanden worden afgestemd op de overige isolatievoorzieningen om condensvorming te voorkomen. Voorzetwanden en binnen-isolatiesystemen kunnen worden toegepast als monumentale interieuronderdelen en constructieonderdelen niet worden aangetast of aan het zicht onttrokken, zoals lambriseringen, wandbespanningen, monumentale plafonds en plafondlijsten. Bij traditionele isolatiematerialen moet ter voorkoming van inwendige condensatie aan de warme zijde een damp remmende folie komen.

Voor het aanbrengen van gevelisolatie is een monumentenvergunning vereist.

Dakisolatie

Daken

U kunt veel energie besparen bij het isoleren van uw dak. Isolatie aan de buitenzijde van het dakbeschot is bouwfysisch de meest gunstige vorm van isolatie. Voorwaarde voor deze vorm van isoleren is dat de daklijn niet gelijk is met of hoger komt dan de gevellijn van de voor- of achtergevel, en de resterende gootbreedte minimaal 15 centimeter is. Bij het isoleren van de kap is het van belang dat de historisch gegroeide golving niet uit het dak verdwijnt. Dit is op te lossen door het dak te voorzien van een dakbeschot van geschaafd- geploegde houten delen waarop isolatieplaten worden gelegd.

Als isolatie aan de buitenzijde niet mogelijk is, kunt u aan de binnenzijde isolatie aanbrengen. U moet dan wel zorgen voor een goede ventilatie met buitenlucht tussen isolatie en dakbeschot. Aan de warme zijde van het isolatiemateriaal is een dampremmende folie nodig. Afdichtingsmiddelen als kit en PUR-schuim zijn niet toegestaan.

Voor het aanbrengen van dakisolatie is een monumentenvergunning vereist

Vloeren

Vloerisolatie kan veel energie besparen. Isolatie aan de onderzijde van de vloer is minder ingrijpend voor een monument, maar technisch niet altijd mogelijk. Isolatie aan de bovenzijde is afhankelijk van de aanwezige monumentale waarden. Bij monumentale interieurs behoort het verhogen van een vloer of een verlaagd plafond vaak niet tot de mogelijkheden. Zo mogen monumentale deuren niet worden ingekort en lambriseringen of plinten niet aan het zicht worden onttrokken.

Voor het aanbrengen van vloerisolatie is een monumentenvergunning vereist.